maandag 27 oktober 2014

Klas 3 opdracht 3 de Inwijding

De Inwijding 
Als je zestien wordt, moet je kiezen tussen 5 verschillende facties. Als je de inwijding niet haalt, wordt je factieloos. Dit betekent dat je bij niemand hoort en je nooit meer bij een factie mag en kan horen. Je wordt een soort zwerver, en natuurlijk wil niemand dat. Dit zijn de 5 verschillende facties:
 
Onverschrokkenheid (kleur = zwart) 
Het teken van Onverschrokkenheid is vuur, en hun motto is:
Wij geloven in vrijheid van angst, een gewone daden van dapperheid, in het verdedigen van degenen die zichzelf niet kunnen verdedigen. 
Deze factie is het zwaarst van alle facties. De plek waar het hoofdkwartier van Onverschrokkenheid is is voor de andere facties onbekend. Het is in een gebouw, waar je, als je voor onverschrokkenheid hebt gekozen terwijl je daar niet geboren bent, in een gat moet springen als eerste test van je dapperheid. Maar eerst moet je in en uit een trein springen om überhaupt bij het gebouw te komen. Als je voor dit alles kiest en het daarna nog overleeft, krijg je  een fysieke en een mentale training. Als je niet in de top 10 zit met de punten die je kunt halen om door te gaan, wordt je factieloos. De fysieke training is vooral het vechten, verdedigen en met wapens leren omgaan. Dit is ook het eerste gedeelte van de training. Als je dit gedeelte hebt gehaald, begint het mentale gedeelte. Dit gaat er vooral om dat je je angsten overwint. Als je deze training helemaal hebt voltooid, ben je een officiële inwoner in Onverschrokkenheid. De plaats waar iedereen leeft heet de kolk, omdat alles er ruig uitziet. Er zijn geen relingen om je te beschermen. De mensen hebben daar veel tatoeages en piercings. Als werk kan je bewaker zijn, soldaat of in de controle kamers werken. Als je heel goed bent kan je ook leider worden. 
De belangrijke personen die bij deze factie horen zijn:
Four/Tobias.                              - Christina kiest voor deze factie
Tris kiest voor deze factie.         - Edward kiest voor deze factie
Eric                                           - Al kiest voor deze factie
Tori.                                          - Peter kiest voor deze factie
 Will kiest voor deze factie.       - Tris moeder kwam uit deze factie

2. Vriendschap (kleur = oranje/geel)
Het teken van vriendschap is een boom, en hun motto is:
Vertrouwen. Zelfvoorziening. Vergiffenis. Aardigheid.  
Vriendschap is een makkelijkere keuze. Het hoofdkwartier ligt niet in de stad, maar er buiten tussen de de weilanden en akkers. De training is hier dat je leert hoe je het land bewerkt. Iedereen is aardig en vriendelijk tegen elkaar, daarom ook de factie naam Vriendschap.Uit deze factie komen geen belangrijke personages. 

3. Eruditie (kleur = blauw) 
Het teken van Eruditie is een oog in twee cirkels. Hun motto is:
Wijsheid is de enige logische oplossing tegen conflicten. Intelligentie moet worden gebruikt voor de voordelen van samenleving.
Dit is de factie van de wijsheid. Deze mensen zijn degenen die alle apparaten maken en uitvinden, maar je kan ook leraar worden. Iedereen draagt hier blauw, omdat dat voor hun een rustgevende kleur is. De training is hier vooral leren. 
De belangrijkste personages uit deze facties zijn Caleb, die is overgestapt naar deze factie en Jeanine. 

4. Oprechtheid (kleur = zwart/wit) 
Het teken van Oprechtheid is een persoon die twee schalen vasthoud, als een soort weegschaal. Hun motto is: 
Oneerlijkheid had het kwade mogelijk. Waarheid maakt ons verstandiger
De naam Oprechtheid zegt het al, deze factie gaat om eerlijkheid. Iedereen heeft geen geheimen en spreekt altijd de waarheid. Tenminste, zo zeggen ze, want als kind kan je nog liegen. Dat was soms irritant, want dan kregen sommigen toch de schuld, terwijl ze niets verkeerd deden, omdat het kind van Oprechtheid het zei. En omdat alle mensen "altijd" de waarheid spreken, konden ze soms hard overkomen. Als je Oprechtheid kiest, moet je grootste geheim(en) vertellen, zodat je voor altijd de waarheid kan zeggen. Oprechtheid zorgt voor het rechtssysteem en bewaart de waarheidsserums. 
De belangrijkste personage uit deze factie is Christina. Zij is hier geboren. 

5. Zelfverloochening (kleur = grijs) 
Het teken van Zelfverloochening zijn twee handen die elkaar vasthouden. Hun motto is:
Ik word mijn eigen ondergang als ik mijn obsessie wordt. 
Zelfverloochening draait eigenlijk alleen om dat je nooit voor jezelf kiest. Je bent altijd aardig, maar wil je ook niet opdringen. Je mag niet praten onder het eten, je zorgt heel erg voor anderen, denkt bijna niet aan hoe je eruit ziet. Je mag ook maar 1 keer per maand in de spiegel kijken. Je moet je zelf  helemaal wegstrepen. Deze mensen "regeren" ook de stad, omdat zei vooral aan de anderen denken, en ze daarom geen macht voor zichzelf nemen. Eruditie en Zelfverloochening liggen elkaar niet. De beroepen voor deze mensen zijn vooral vrijwilligers werk, arme mensen/factielozen verzorgen of in de regering. Deze mensen worden ook wel Harken genoemd. De belangrijkste personages uit deze factie zijn: 
Four is hier geboren.                      - Tris vader
Tris is hier geboren.                        - Tris moeder heeft dit gekozen
Marcus
Clab is hier geboren
  

Beatrice/Tris keuze en probleem
Tris weet in het begin niet wat ze gaat doen, maar ze weet dat ze niet eigenlijk niet wilt blijven. Ze moet een test doen om te weten wat het beste bij haar past, maar de test werkt niet op haar. De vrouw die haar helpt, Tori, zegt dat dit niet goed is en dat Tris afwijkend is. Dit betekent dat er meerdere facties bij haar passen. Deze mensen worden gezocht door de regering, want ze zouden een gevaar zijn. Tori zegt dat ze erg moet oppassen en zorgen dat niemand erachter komt. Uiteindelijk kiest Tris toch voor Onverschrokkenheid.

donderdag 27 maart 2014

Fictie H5 opdracht 2.1

5 juni, 2013  17:13

Heey Anna, 
Zoals je weet ben ik nu bij mijn opa en oma. Mijn opa is aan het dementeren, en vertelt over zijn jeugd. Ik had niet verwacht dat hij dit ging vertellen. We hebben het net over een bankschroef gehad. Die had hij in de oorlog meegenomen. Cool hè? 
Groetjes, Karen 


Hoi Karen,
Wat leuk dat hij nu wat vertelt over vroeger. Eerst deed hij dat nog helemaal niet. Wel zielig dat hij aan het dementeren is. En cool dat hij zo'n bankschroef had! Heeft hij nog meer vertelt? Ik ben heel erg benieuwd. 
Xx Anna


-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


6 juni, 2013  14:28
Heey Anna, 
Vanmiddag vertelde opa over dat hij in een concentratiekamp heeft gezegd. Hij leek helemaal terug te zijn, en moest ook een beetje huilen. Ik vroeg aan mama of het waar was, en zij zei dat hij in de war is en zomaar wat dingen vertelt, maar dit kan hij toch niet hebben verzonnen? 
Groetjes Karen


18:42 

Hoi Karen, 
Vanmiddag hadden we het toevallig over de 2 wereld oorlog op school, en vertelde de meester over kampen. Dat was allemaal heel zielig, en heel veel mensen werden daar vermoordt. Ik vind het heel erg voor je opa dat hij dat heeft meegemaakt. En ik denk ook niet dat iemand zoiets kan verzinnen. 
Xx Anna


-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


7 juni 2014.    20:45
Heey Anna, 
Ik heb een kistje gevonden, vanochtend, en het was van opa. Het ging over dat hij het heel moeilijk had met de dood van onschuldige mensen. En hij heeft echt in een kamp gezeten, kamp Amersfoort. Ik vertelde het aan mama, en die was best geschrokken. Ze zei dat ze hem eigenlijk nooit echt heeft gekend. Toen ik even later weer terug ging naar opa, dacht hij dat hij weer in de oorlog zat. Samen met hem heb ik een jood begraven. Ik vind het best heftig...
Groetjes Karen


20:59
Hoi Karen,
Jouw opa heeft echt veel meegemaakt, dingen waar hij nooit meer overheen komt. Goed dat je de jongen hebt begraven, misschien helpt dat hem. Ik moet nu gaan, maar ik zie je morgen op school, vertel me dan alles oké? Tot morgen!
Kusjes Anna

donderdag 27 februari 2014

Opdracht 2 H4

Opdracht 4.2 leesdossier 

Marco legt geschrokken de telefoon op de tafel. Langzaam dringt het allemaal nog een keer tot zich door. Ramon, zijn vriend, een monster. Hij zakt langzaam op de dichtstbijzijnde stoel. Hij denkt aan alle keren dat Jeroen hem pestte, maar dat was nooit met messen of gebroken armen. En Ramon heeft zijn beste vriend bedreigd. Marco voelt zijn keel al wat dichtknijpen. Hoe moet hij dit ooit oplossen? Als hij niks doet, zal het alleen maar erger worden. Straks gebeurt er echt een ongeluk. Kevin heeft niet vertelt hoe hij van Ramon afkwam. Maar hij durft hem ook niet opnieuw te bellen, dat zou wel heel stom overkomen. En om nou naar een leraar te stappen, dat is zo kinderachtig. En trouwens, ze zouden ons toch niet geloven. Met Ramons onschuldige gezicht, zal dat nooit lukken. Nee, we moeten dit zelf oplossen, als een klas. Want nu Jeroen bang is, kan ik hem wel aan mijn kant krijgen. Iedereen is bang voor hem. 
Maar wacht, als ik nou film wat hij doet, en dat aan de leraren laat zien, dan sturen ze hem vast van school. Ja, dat is een goed idee. 

Een paar dagen later is het weer zover. Iemand liet Ramon per ongeluk struikelen. Niemand had echt gezien wie het was, maar Jeroen stond het dichtst bij. We wisten allemaal dat hij dat nooit zou durven, na wat Ramon bij hem heeft gedaan. Maar voor Ramon was dat geen excuses om hem niet  te bedreigen. 

'Heey, wat doe jij?! Waarom laat jij mij vallen? Vond je een verbrande tas niet genoeg?' Ramon pakt Jeroen bij z'n kraag, terwijl Jeroen hem angstig aankijkt. Marco probeert snel zijn camera te pakken, maar Ramon kijkt net om en ziet dat Marco verschrikt de camera laat vallen. ' Wou jij mij filmen? Jij kleine verrader!' Ramon laat Jeroen los en hij valt half op de grond. Behalve het gekrabbel van Jeroen is het doodstil. 'Nee, nee na..natuurlijk niet,' zegt Marco, half stotterend van angst. Maar Ramon gelooft hem niet: 'Ik ben voor je opgekomen, je beschermt, en dit krijg ik ervoor terug? Wie denk je wel dat ik ben? Maar maak je geen zorgen, straks zul je je niet eens kunnen herinneren wie ik ben, nadat ik met jou klaar ben.' Marco probeert naar achteren te lopen, maar ze weten allebei dat er een muur is. Het enige wat Marco kan doen, is genadeloos toekijken hoe Ramon hem in elkaar zal slaan. In plaats daarvan voelt hij twee koude handen om zijn hals grijpen en voelt hij zijn keel dichtknijpen. Hij probeert de handen weg te halen, maar ze zijn veel te sterk, en Marco voelt zijn kracht ook verdwijnen. Opeens hoort hij in de verte een stem, schreeuwend, en hoort mensen roepen. Dan wordt alles zwart. 

Marco probeert zijn ogen open te krijgen, en met moeite ziet hij een straaltje licht. Na wat knipperen ziet hij scherper en probeert om zich heen te kijken. Opeens begint iemand tegen hem te praten. 'Marco, Marco! Hoor je mij?' Marco laat een soort brom uit zijn luchtkas ontsnappen, en de man (de stem was duidelijk van een man) begint weer te praten:'Marco, het is goed. Je bent op de gang, waar er iets was gebeurt tussen jou en Ramon. Weetje nog wat er is gebeurt?' Marco denkt na. Als hij die ruzie bedoelde, en dat Ramon hem bijna vermoorde, dan zal hij het later mogen hopen dat hij dat snel kan vergeten. Weer geeft hij een brom ter bevestiging. 'Ramon is geschorst, en zal ook niet meer terug komen. Jeroen had vertelt wat hij jullie heeft aangedaan. Ik snap niet dat jullie het niet kwamen vertellen.' Oja, denkt Marco, dat zal dan wel de engels docent zijn. Altijd zo "betrokken" bij ons. Met moeite hijst Marco zich overeind en kijkt om zich heen. Er staan allemaal mensen te kijken, maar dat boeit hem niet zoveel. Het liefst wil hij naar huis. Als hij eindelijk helemaal staat, krijgt hij een goed gevoel over zich heen. Het is klaar. Het is over. 

maandag 24 februari 2014

Opdracht 2 H3

Opdracht 2 fictie dossier

Ik word weer wakker. Het ruikt nog steeds naar schoonmaakmiddelen. De tl buizen verblinden mijn ogen een beetje, dus ik knipper tot ik gewend ben aan het licht. Er is niemand in de kamer. Niet dat ik dat erg vind, ik vind het fijn om alleen te zijn. Kan ik eindelijk nadenken over wat er is gebeurt. Ik probeer me te herinneren wat ik heb meegemaakt, maar verder dan een gebroken hak kom ik niet. Eerlijk gezegd heb ik niet echt zin om erover na te denken. Ik doe mijn ogen weer dicht. Ik ben zo moe, ook al heb ik het gevoel dat ik al dagen slaap. Dan hoor ik de deur opengaan. De gedachte om mijn ogen weer te openen maken me nog vermoeider dan ik al was. Toch probeer ik het, en wonderlijk genoeg lukt het ook nog. Het licht van de tl buis zijn mijn ogen gewend, en ik probeer om me heen te kijken. Als ik om kijk, zie ik een jongen staan. Nathan. Eigenlijk zou ik hem moeten haten, me omdraaien en zeggen dat hij weg moest gaan, maar onder in mijn buik voel ik de vlinders komen. Ik kijk hem aan, en ja hoor, ik val weer  als een blok voor hem. Hij gaat zitten op een van de witte stoelen naast mijn bed. Hij zegt niets, en kijkt naar hoe ik in het bed lig. Hij weet het. Ik weet het ook. Ik kijk ook naar mijn lichaam. Mijn benen. Nou ja, benen, eerder stukken huid. Geen idee wat ze zijn, maar mijn benen zijn het niet meer. Ik kijk hem weer aan. 'Ik...'. Hij stop met praten. Hij kijkt weg, en ik weet ook niet goed wat ik moet doen. Ik ben boos, ja, en dat is ook terecht. Dat weet hij ook, en ik denk dat hij daarom ook niets durft te zeggen. Ik hoor de deur weer open gaan. Moeilijk kijk ik omhoog. Ik heb niet echt zin in nog meer gezelschap. Als ik zie wie de kamer in loopt, schrik ik een beetje. Het is mijn vader, en hij kijkt woedend naar Nathan. Ik probeer de situatie te verbeteren door te zeggen dat mijn vader weg moet gaan. 'Pap, wil je....' Maar hij praat door mijn zin heen. 'Heb jij enig idee wat je haar hebt aangedaan?!' Hij praat niet echt hard, eerder dreigend. Ik heb liever dat hij boos wordt dan dit. 'Heb jij enig idee wat voor een klootzak jij bent!' zegt mijn vader op een nog dreigendere toon. 'Pap, alsjeblieft, ga weg' zeg ik. Hij kijkt me aan, en ik zie zijn blik in zijn ogen veranderen. 'Oké, zegt hij,' maar als hij ook maar 1 ding verkeert doet.' Als ik de deur hoor dichtvallen, begint Nathan te vertellen. Hoe erg het hem spijt, wat er gebeurde, alles. Ik heb het moeilijk als hij vertelt. Alles komt weer terug, en het is een beetje alsof ik weer het ongeluk meemaak. Als hij klaar is met vertellen, wil ik alleen zijn. Als ik dit keer weer de deur dicht hoor gaan, barst ik in tranen uit.